Gelukkig zijn is geen opdracht. Het is een staat van zijn.
Ergens is geluk een taak geworden. Er zijn boeken over, cursussen, tien stappen, ochtendroutines. Alsof je het verkeerd doet als het je niet lukt.
En dus komt er bovenop het gevoel dat het niet zo goed gaat nog iets bij: het gevoel dat je faalt in iets waar iedereen blijkbaar wél in slaagt.
Gelukkig zijn is geen opdracht. Het is een staat van zijn.
Iets wat er soms is en soms niet, zoals het weer. Je kan de omstandigheden wat gunstiger maken — genoeg slapen, mensen zien die je graag hebt, buiten komen — maar afdwingen lukt niet. En op de dagen dat het er niet is, heb je niets fout gedaan.
Wat vaak wel helpt, is de lat lager leggen. Niet ‘gelukkig zijn’, maar: was er vandaag een moment dat oké was? Meestal wel. Een douche, een gesprek, tien minuten zon.
Die momenten tellen niet mee zolang je op iets groters wacht. En dat grotere komt zelden in één stuk.
En misschien is dat de omkering: niet je best doen om gelukkig te zijn, maar opmerken wanneer je het even was. Dat is een heel andere oefening, en veel minder vermoeiend.
Welk klein moment van vandaag zou je bijna vergeten zijn?
