Stilte is een kracht.
Stilte voelt vaak als een gat dat gevuld moet worden. In een gesprek, in de auto, thuis als iedereen weg is. Je zet iets aan, je pakt je telefoon, je begint over het weer.
Dat is niet gek. Stilte laat horen wat er onder het lawaai zat, en dat is niet altijd aangenaam.
Stilte is een kracht.
Niet omdat er iets diepzinnigs in zit, maar omdat ze iets doet wat lawaai nooit kan: ze laat de dingen op hun plaats vallen. Wat je de hele dag hebt weggeduwd, komt in de stilte even boven — en meestal blijkt het minder groot dan het van een afstand leek.
In een gesprek werkt ze net zo. Wie niet meteen invult, hoort meer. De ander zegt de belangrijkste zin bijna altijd ná de stilte, niet ervoor.
Je hoeft er ook geen oefening van te maken. Een minuut in de auto voor je uitstapt is al iets. De verleiding om de radio aan te zetten gewoon even niet volgen.
En als het ongemakkelijk blijft: dat mag. Ongemak is niet hetzelfde als gevaar. Meestal zakt het na een halve minuut vanzelf weg.
Waar in jouw dag zit een stilte die je meestal meteen opvult?
